Techniek

 

In deze tekst wordt, aan de hand van voorbeelden en foto’s, uitgelegd hoe ik een hol vrouwentorso gemaakt heb. Hierbij zitten de noodzakelijke tips die een beginner moet gelezen hebben alvorens zelf aan de slag te gaan.

Deze tekst kan besteld worden via “contact” op de menubalk.

 

EEN HOL VROUWENTORSO MAKEN IN GEBAKKEN KLEI IN 12 STAPPEN

STAP 1: Documentatie zoeken.

Misschien heb je ergens een mooi voorbeeld gezien op foto. Dit kan een goede aanleiding zijn om te starten, maar meer niet. Het is niet de bedoeling iets na te maken maar je eigen ontwerp te maken. Het kan echter geen kwaad om enkele foto’s te bewaren van beelden die je mooi vindt en te achterhalen waarom je ze mooi vindt (onderwerp), of wat je er zo mooi aan vindt (details, kleur, afwerking, stijl).

STAP 2: Schetsen maken op papier.

Schets op papier de uitgekozen foto’s, het helpt je deze dingen te memoriseren.

Fig1 nieuwe scan

Fig. 1: Schetsen.

Maak een ruwe schets op papier van het toekomstig beeld.

book fig2

Fig. 2: Eigen schets

 

STAP 3: Ontwerp of model.

Maak één of meer modellen (schetsen in klei zonder details of afwerking) met een hoogte van ongeveer 20 cm.

book fig3

Fig. 3: Klein model in klei

Vanaf hier begint de derde dimensie een rol te spelen. Onderzoek of de zij- voor- en achterkanten een harmonieus geheel vormen. Is dit niet het geval, hou het ontwerp bij (om van te leren) en maak een nieuw ontwerp. Ga door tot je tevreden bent.

STAP 4: Kies de beeldhoogte.

Kies de hoogte van het beeld in functie van de plaats waar het moet komen. Een kast, sokkel of eventueel de vloer. Kies de hoogte ook in de mogelijkheid van je eigen kunnen: beginnelingen gaan best niet boven 50 cm, omdat ze nog niet vertrouwd zijn met de zwaartekracht van de klei. Een beeld van 1 meter hoog met een scherfdikte van 4 cm is niet meer te tillen en zal het afwerken en in de oven schuiven moeilijk maken. Hou je strikt aan de gekozen hoogte.

DE KLEI MOET ALTIJD NAAR JOU LUISTEREN EN JIJ NIET NAAR DE KLEI.

 

Ik heb gekozen voor een beeldhoogte van maximum 70 cm, de hoogte van mijn oven.

STAP 5: Bereken de vergrotingsfactor.

Deel de toekomstige beeldhoogte door de hoogte van je 3-dimensionaal model dan kan je deze factor gebruiken om alle maten te berekenen, ook in de breedte en de diepte

.FiguurScan

Fig. 4: Mijn beeld wordt 68 cm hoog, mijn kleimodel is 22.6 cm hoog, dan is de vergrotingsfactor 68/22.6=3 cm. Ik gebruik deze vergrotingsfactor in het opbouwproces. De heupbreedte van het kleimodel is 8 cm, dan moet de heupbreedte van mijn beeld 8*3=24 cm worden

 

STAP 6: Scherfdikte.

De scherfdikte moet zoveel mogelijk constant blijven over het hele beeld. Dunnere delen drogen en krimpen vlugger tijdens het drogen. Dit geeft dan spanning tussen dikkere en dunnere delen en dit resulteert vaak in barsten. Delen van meer dan 5 cm dikte worden meestal hol opgebouwd of uitgehold. De scherfdikte kies je in functie van de hoogte en van de vorm van het toekomstig beeld.

book fig6

Fig.5: De scherfdikte van mijn beeld varieert tussen 1.5 en 2 cm.

STAP 7: Voorbereiding.

Neem een plank die groot genoeg is om je beeld te dragen, hout trekt vocht uit je klei en laat het werk loskomen van de plank. Dit is handig in de eerste fase, waarbij het werk een beetje uitdroogt en de klei steviger wordt. Vergeet echter niet dat na enkele uren dit een nadeel wordt omdat de klei enkel onderaan blijft uitdrogen en de kans op breuk en barst vergroot door ongelijkmatig drogen. Neem dus liever een waterafstotende plank of leg een stuk stevige plastic op de plank. Dit is ook handiger bij het afdekken als je het werk laat rusten. Neem geen microwave folie, die is te dun en ademend, dus waterdoorlatend.

STAP 8: Kleikeuze.

Er bestaan vele soorten klei.

Wat is CHAMOTTE?

In verse klei zit al dan niet chamotte. Dit is reeds gebakken en vermalen klei die in een bepaald percentage wordt toegevoegd aan de verse klei. De stukjes chamotte verschillen van grootte tussen 0.1 en 2 mm. De chamotte maakt de klei sterker bij het gebruik. Het percentage aan chamotte kan ook verschillen. Voor beelden groter dan 50 cm is het aan te raden grove chamotteklei te gebruiken. Hoe meer en groter de chamotte, hoe minder de krimp.
Het gebruik van chamotte kan wel invloed hebben op de textuur van het beeld bij de afwerking.

KLEUR

De kleur van verse klei verschilt altijd van de kleur van gebakken klei. De kleur kan gaan van wit over geel, beige, rood, bruin tot zwart. De kleur geeft een aparte betekenis aan je beeld. Voor goed dieptezicht en schaduwspel gebruik je een witte of lichte kleur. De kleur van de gebakken klei is afhankelijk van het aantal graden waarop gebakken wordt. Daarom worden er proefplaatjes gemaakt.

PROEFPLAAT

Maak proefplaatjes van ongeveer 0.5 cm dikte met afmetingen van 10cm op 7cm en probeer hierop enkele texturen. (gepolijst, ruw, geschraapt). Bak deze plaatjes op verschillende temperaturen bijv. 900, 1000, 1100 graden Celsius. Kies dan de juiste kleur en textuur. Neem opnieuw de maten van het gebakken proefplaatje en bereken dan de krimp.

Ik kies voor witte grove chamotteklei met een hoog percentage chamotte. Tijdens de opbouw is de klei minder slap en de krimp wordt minder.

KLEI BEWAREN

Klei bewaar je goed afgesloten van de lucht (zware plastic) boven de 0 graden Celsius. Er mogen geen gaten in de verpakking zitten.


Volledig uitgedroogde klei verpulver je in brokjes met een hamer. Los de brokjes op in een emmer water, roer goed, wacht tot alle droge klei vochtig is en giet dan het water wat af. Leg een katoenen doek in een gipsen mal. Leg de heel vochtige klei hierop. De gips trekt het vocht uit de klei. Laat uitdrogen tot de gewenste vochtigheidsgraad en bewaar de klei dan onder plastic. Het doek vergemakkelijkt het afnemen uit de mal en voorkomt dat er gipsdeeltjes in de klei geraken. Deze hebben een andere krimpingscoëfficient dan klei en geven barsten bij het drogen van het werk.

Half uitgedroogde klei wikkel je in een natte katoenen doek en doe je in een afgedichte plastic zak. Bevochtig het doek als het te droog wordt. Dit vraagt tijd.

STAP 9: Opbouw.

Bouw je volumes op met de colombintechniek.

Maak kleirollen(worsten), druk ze wat plat en werk ze nauwkeurig in elkaar langs binnen- en buitenzijde, op die manier dat er geen luchtbellen worden ingesloten. Lucht heeft een andere uitzettingcoëfficiënt dan klei en doet de klei bij het drogen soms barsten en bij het bakken zal een luchtbel die geen connectie heeft met de buitenlucht het beeld doen ontploffen.

De dikte van de rollen is in functie van de grootte van het beeld en varieert tussen 1 en 3 cm.

book fig4 B

Fig. 6: Colombintechniek.

Het is niet altijd handig om onderaan het beeld te beginnen. Als je het beeld kan indelen in verschillende volumes is het soms handig om het grootse volume eerst te maken en de smallere delen later aan te bouwen.

Wat doe je als het beeld begint uit te zakken en vervormen?

Ik gebruik hiervoor 2 technieken:

OPVULLEN MET KRANTENPAPIER.

Vul de delen op met proppen krantenpapier. Deze zuigen het vocht op (ververs de proppen als ze nat zijn). Leg een vochtig reepje katoendoek op de randen, en dek deze af met plastic folie.
Als de kleirand te droog is maak je krasjes op de randen en smeer die in met azijn.

Deze methode vraagt tijd.

book fig4 C

Fig. 7: Krantenpapier

BUNSENBRANDER OF HAARDROGER

Beweeg de bunsenbrander of haardroger over alle delen gelijkmatig. Let op dat de klei niet te hard wordt. Als dit toch gebeurt, leg dan een uitgewrongen vochtig doek over de klei, dek af met plastic, en wacht tot de klei het vocht terug opzuigt.

Bij een lange pauze dek je het werk volledig luchtdicht af met een zware plastic (geen microwave-folie). Als de randen waarop moet verder gebouwd worden té veel uitgedroogd zijn om nog verder te bouwen kan je dit nog oplossen. Ofwel leg je een vochtig reepje katoendoek op de randen, dek je af met plastic en wacht. Maak dan krasjes met een naald op de randen tot er zoveel mogelijk bramen ontstaan. Gebruik een kwast met azijn om de krasjes op te vullen, zo ontstaat er een laagje kleislib. Herhaal zo nodig het krasjes maken tot je een goede vochtige ondergrond hebt voor het volgende rolletje. Zorg dat de krasjes goed opgevuld zijn, anders sluit je lucht in de klei. In de plaats van azijn kan je ook kleislib gebruiken.

Hoe maak je KLEISLIB?

Neem goed uitgedroogde stukjes klei (natte stukjes klei lossen niet goed op) en los ze op in water zodanig dat je een papje krijgt met de dikte van volle yoghurt.

Wat doe je als het beeld te breed wordt?

Je kan een spie uit de klei halen. Maak krasjes op de randen zodat er bramen ontstaan en bevochtig met azijn. Breng de delen terug samen en sluit goed aan, vooral waar de de opening klein is moet je veel slib of azijn toevoegen en hard persen tot alle lucht verdwenen is.

 

book fig5

Fig. 8: Spie uithalen.

Wat doe je als er een opening ontstaat door het te veel wegnemen van de klei?

Maak het gat groter tot alle randen van het gat een goede scherfdikte hebben. Maak krasjes op de randen en bevochtig met azijn, neem dan een vers kleirolletje en duw het op de randen tot alles dicht is. Op het einde is het moeilijk om je vinger te gebruiken om de binnenkant of te werken. Laat dan de klei wat uitstulpen naar buiten en pers het gaatje toe.

 

PICT5666book fig7

Fig. 9: Gat opvullen.

Wat doe je als er een oppervlakkige barst ontstaat?

Haal alle klei weg aan alle zijden van de barst en liefst iets verder dan de barst en zorg dat alles conisch is. Bevochtig met azijn en vul op met natte klei. Herhaal desnoods enkele keren.

book fig8

Fig. 10 : Oppervlakkige barst.

Neem regelmatig een pauze. Als je je concentreert voor een lange periode zie je nog enkel wat er in je gedachten is, niet wat er werkelijk voor je staat. Na de onderbreking controleer je de maten. Durf snijden, wegnemen of bijzetten, de maten moeten gerespecteerd worden gedurende het ganse werk.

Zet de plank regelmatig op een schijf die kan draaien en kijk van op een afstand van 5 meter naar je werk. Draai met de schijf en bekijk de verschillende zijden. Goed kijken is veel tijd gewonnen.

book fig4 K

Fig. 11: Afstand nemen en vergelijken.

Maak ook foto’s van de verschillende zijden en print ze uit op A4. Je kan dan hierop verbeteringen aanbrengen met rode balpen die je dan overbrengt op je beeld. Herhaal dit enkele keren tot je tevreden bent, een verbetering in voorzicht kan een verslechtering in zijzicht tot gevolg hebben.

FiguurScan

Fig. 12. Verbeteringen op papier.

Werk vooral geen delen af in deze fase, ze kunnen nog moeten verzet of verwijderd worden.

Soms moet je steuntjes aanbrengen bij zwevende delen. Gebruik hiervoor geen onbeschermd hout en neem de steuntjes weg als het werk moet indrogen. Bij het indrogen is er al een flinke krimp mogelijk terwijl het hout niet krimpt.

STAP 10: Afwerking.

Als de globale vorm in orde is ga je over tot verfijning en details. Zorg ook dat een boog geen rechte stukken bevat. Verwijder eventuele steuntjes uit je beeld. Stukjes krantenpapier mag blijven zitten, het verbrandt bij het bakken, houten stokjes laat je niet zitten. Zorg dat de holle delen een uitgang hebben naar de ruimte, prik dus een klein gaatje met een naald in de klei op een onzichtbare plaats zodat de warme lucht kan ontsnappen tijdens het bakken, anders ontploft alles in de oven.

Polijsten kan je met een loomer of steen.

Schrapen kan je met metalen loomer, mes enz.

Opruwen kan je met verschillende dingen ( textiel, hout, schrapers)

book fig12

Fig. 13. Geschraapte Huid.

Tijdens de lederharde fase van het drogen wordt met een metalen loomer geschraapt in grove chamotteklei. Aan de oppervlakte worden putjes en gangetjes gevormd in de huid.

STAP 11: Drogen.

Droog niet op de verwarming of in de zon. Onregelmatig drogen kan leiden tot barsten. Smallere delen worden eerst nog beschermd met een plastic in de beginfase van het drogen. Ze drogen vlugger en kunnen afbreken.

De bovenkanten en uiteinden worden sneller droog, bedek ze eventueel nog even met plastic folie.

Het droogproces moet heel traag gebeuren (voor grote en ingewikkelde beelden is dat enkele weken). Respecteer dit of alles springt kapot in de oven.

STAP 12: Ovenstook.

Biscuitstook (eerste stook) rond 980 graden Celsius.

Aardewerk rond 1050 graden Celsius.

Steengoed is boven de 1200 graden Celsius.

Porceleinstook is boven 1300 graden Celsius.

Hoe hoger de klei kan gebakken worden, hoe sterker het beeld en hoe beter resistent tegen vochtige buitenlucht en vrieskou.

Er zijn gasovens, electrische ovens, enz. Volg de handleiding van de oven.

Het is aan te raden de eerste 3 uren traag te verwarmen omdat er nog vocht kan ontsnappen

uit de kleimoleculen.

Vicky Media

Fig. 14: Eindresultaat. Gebakken in een elektrische oven op 1080 graden Celsius.

Tijdens een groepstentoonstelling samen met studenten van de KUL schreef Shanah de Boeck deze tekst ter verduidelijking van mijn beeld.

VICKY MEDIA.

Na duizenden jaren is de mens er in geslaagd om de weet der aarde te vertalen in woorden en om deze op te slaan in encyclopedieën.

Dankzij de elektronische wereld waarin we vandaag leven is deze informatie beschikbaar voor praktisch iedereen. Woorden worden vertaald in code en vice versa, waardoor we wikipediagewijs onze kennis kunnen delen en verruimen met en dankzij de medemens.

De wetenschap van ons leven wordt verspreid via onzichtbare energiestromen, waardoor we ons bloot geven op elk mogelijk scherm dat deze kan ontvangen. De sociale media en zijn vele volgers teert op elke herinnering die vast werd gelegd op foto, op elk gedeeld gevoel dat wordt gekeurd door anderen. 

Vicky Media staat u toe zich dit te verbeelden op de meest letterlijke en figuurlijke manier; vrij om zich op de meest gevoelige manier tentoon te stellen, gevangen in het web van de media. 

Tekst: SHANAH DE BOECK

Beeld: RENILD SCHEPERS